RSS

Nationale Filosofie Olympiade 2014

Ik heb dit jaar (weer) gewonnen op de Nationale Filosofie Olympiade. Hieronder staat mijn winnende essay.

The idiot’s guide to overcoming language philosophy or how I learned to stop worrying about Wittgenstein

 Afbeelding

“The Limits of my language mean the limits of my world.”
– Ludwig Wittgenstein, Tractus logico-philosophicus (1921)

Introduction:
Language as a preliminary point in philosophy and self-recognition
The above citation by Wittgenstein has been a cornerstone for a complete school of philosophy of language. It also has been a very defining concept that I once feared to rule my life. Somewhere in the last 4 years I have overcome this idea by reconstructing my perception of language. In this essay I will try to realistically rewrite the steps I have taken as a subject to unbind myself from the fear of language as a limiting construct.

The eternal choking concept of language
Wittgenstein’s main argument in his Tractus can perhaps best be derived as following: since our only way to comprehend the world is by means of language, the limits of language are the foremost limit of how broad we can comprehend the world around us. A very choking concept that can drive any adolescent writer to the depths of a metaphysical crisis. It can actually be overcome by deconstructing Wittgenstein.

Method for deconstruction and reconstruction of Wittgenstein
I would like to argue that in fact, the limits of our language form the foremost preliminary point to our world. Constituted through the subject, language does not define any border as Wittgenstein tastefully argued. In fact, language constitutes our world in a borderless way but is contained by a the subject, the ‘I’. The limits of the subject are the limits of our world. Language in this instance is just a defining tool to deconstruct our limits, but it cannot do so prior to those limits already existing. To demonstrate this I will first deconstruct how Wittgenstein breaks with his predecessors and construct a return to Hegelian metaphysics which functions as the basis of a Lacanian approach to this concept.


A. Pre-Hegelians
Pre-Hegelians (and foremost Descartes) have numerously stated that the boundaries of our world cannot exist inside a vacuum. For anything to be bound there must be a container wherein it exists. Wittgenstein’s spiritual mentor Bertrand Russel quickly went on to discredit this idea by elegantly establishing that in non-Euclidian geometry there in fact can be a limited thing in itself without a border wherein it exists. A smart observation that Wittgenstein deliberately doesn’t recognize for his theory of language to work. Isn’t it lovely to see a scholar break free from the structure of his ideological mentor?! Wittgenstein as a true philosophical rebel.

 

B. Return to Hegel
In his magnum opus The Phenomenology of Spirit, Hegel devises a notion of Absolute Spirit wherein the world can be recognized as a Cartesian thing in itself. With this breakthrough Hegel can extract an idea of the absolute without the boundaries of metaphysics (the world is an absolute abstractness, therefor the act of metaphysics fallaciously already recognises that there is a possibility for metaphysics). This unusual anti-Kantian, Kant even went as for to argue for metaphysics as an inherent different discipline than philosophy, stride can be used as an argument against Language as the border of our world. Because if the world is an absolute in itself, language does not construct it – it simply constructs itself – but language can be used to put it into the symbolic order[1].

 


C. Lacan and his theory of The Real.
By means of the last two paragraphs I have demonstrated A. How Wittgenstein stands from his predecessors and B. how Wittgenstein’s theory of language can be omitted by Hegel’s notion of an absolute spirit. From here on we will touch the true nature of the boundaries of world-view and it’s relation to language. For this broad move I will build upon Lacan’s notion of The Real.

C1. The real as a concept of Absolute Spirit
“We are unfree because we lack the language to define our un-freedom”. This concept from Slavoj Zizek may appear to be similar to Wittgenstein’s citation above, but is in fact substantially different. For Zizek, a dogmatic Lacanian, language is a tool to symbolize a notion of metaphysics that Lacan names The Real. The Real in a way is a conceptualisation of Hegel’s Absolute Spirit. The world is a complete abstraction and subjects use language to make sense of this abstraction – a process I will now refer to as symbolisation, which is a concept that overlaps within Wittgenstein and Lacan.

C2. On the limits of symbolisation
However, not everything in the real can actually be put into symbolisation by language. Some ideas are simply grammatically impossible to construct and some forms of trauma can be sensed but not put into any form of words or symbolisation because it is locked away in human unconsciousness. Unfreedom for Zizek thus means that language connects the subject to his or her inherent lack, not the lack of their sense of their world. In fact, this world is complete (and the subject can feel and think outside of the limits of language) but it cannot use language to construct the boundaries itself.

D. The end of Wittgenstein; the start of subjectivity
This is where Wittgenstein falls apart[2]. We do actually comprehend in, a very serrated manner, things that cannot be symbolised into language. Thus language isn’t the boundary keeping us from an absolute idea of the world. The real boundary is the inherent lack a subject lives with, this is the true boundary of any contemporary perception of the world. If anything language connects us to that boundary – it doesn’t establish the boundary itself. For the subject, or more specifically for me, language is hence not the key problem holding back any form of comprehensive worldview. The limits of my subjectivity, mean the limits of my world.


[1]  the process of symbolisation is briefly described in C1

[2] Arguably for the second time, since his disregard for Russel’s argument against pre-Hegelians already renders a flaw in itself. See A.

(Drawing: Fade – Jan-Willem van der Boom, http://subtracting.nl/)

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op maart 22, 2014 in Blogs

 

Agenda Deceptie

Hieronder staat een brief. Deze heb ik gisteren verzonden naar HEMA. Het gaat over mijn Agenda, materiële waarde en teleurstelling. 
chronology of days

Hallo daar lezer,

Mijn naam is Cesar. Ik ben 17 jaar oud. Dat wil zeggen dat ik al 18 levensjaren heb gehad. In die levensjaren ben ik heel snel heel erg fan geworden van de HEMA als merk en winkel.

Dat begon met de Clafoutistaart. Weet u het nog? Het was 2011. Er was de belofte van gratis taart. Als tiener op het internet was ik er heel snel bij om taart te bestellen die onjuist op de website afgeprijsd was.
Ook was ik er heel snel bij om vervolgens jullie grondige excuses én cadeaubon te ontvangen.
Ik was compleet verbaasd en tevreden. Een cool verhaal rijker, maar ook een prima taart.

Sindsdien ben ik de HEMA erg gaan waarderen. Zo koop ik er elk jaar trouw mijn agenda. Een zwarte, minimale agenda met een faux-leder binding. Hij kost 3 euro 95 en de vrouw die mij Duits doceert zei ooit dat hij smaakvol was. 
Ieder schooljaar verniel ik de pagina’s tot in kleine kunstwerkjes. Kunstwerkjes aan stomme verzonnen teksten, inspiratievolle tekeningen én waardeloze decoraties. Een hoop tienerplezier. Voor slechts 3,95.
Mijn kleine notitiewonderboek. Een HEMA-product van de bovenste plank. Vooral omdat ik mij begrepen voel als klant. Dat klinkt smeriger dan het is; de agenda is gewoon precies wat er ontbreekt bij alle andere winkels. Geen plakkerige TMF-agenda, of nee dat bestaat niet meer… Jersey Shore agenda dan.. met stomme bloemen. Geen agenda met doorzichtige plastic kaft. Of agenda met inspiratieloze teksten. 

Zoals ieder verhaal voor een winkel eindigt dit ook niet geheel leuk. Mijn vorige kunstwerkje, dat door omstandigheden ernstig naar multivitaminedrank rook, had zijn einddatum bereikt. Dat was oké, want de volle agenda’s trek ik uit elkaar. De mooiste pagina’s komen op mijn muur, de rest blijft zielig vastgebonden in mijn boekenstapel.

Waarschijnlijk hecht ik achterlijk veel waarde aan materiële dingen. Maar ze hebben naast hun materiële vorm nou eenmaal een relatie met de subjectieve werkelijkheid. Mijn verliefde werkelijkheid bijvoorbeeld. In de 2011 versie van de Agenda stond mijn eerste date met mijn vriendinnetje. Toen nog heel nonchalant en klein geschreven. De afspraakjes die daarop volgden staan er ook in, met grote uitroeptekens en ballonnen erbij getekend. En kleurtjes. Veel verliefde kleurtjes.

Welnu. Tijd voor een nieuwe  agenda – hier wordt het verhaal al voorspelbaar. Het is half 6 en ik sta in mijn lokale HEMA-filiaal. Ik liep naar de agenda plek toe. Daar lag hij altijd voor mij klaar linksonder waar niemand hem zag staan. De agenda was er wel gewoon (dit wordt niet zó een verhaal). 

Maar wacht! Stop! Nee toch? Toch wel? ‘Dit is een andere!’. Ik moet het wel hard op gezegd hebben, want de oude vrouw naast mij keek mij aan. Het was vast de schok (zeer zeker), maar ik heb die vrouw precies verteld wat er mis was. ‘ZE HEBBEN GIGANTISCHE CIJFERS OP DE VOORKANT GEZET. LELIJKE CIJFERS NOG WEL. MEVROUW, SNAPT U HOE ERNSTIG DIT IS?!’. De vrouw was weinig sympathiek voor mijn lot en liep onaangesproken verder, maar ikzelf was terneergeslagen. Op mijn aller aller lievelingsagenda hebben jullie dit jaar heel groot 13/14 gezet. Een vervelende esthetische keuze, want de agenda in kwestie was zo verschrikkelijk mooi omdat hij juist minimaal was. Beeldschoon, omdat ik hem kon opvullen met mijzelf. 

Die agenda, van mijn dromen. Daar is dit jaar overheen gekotst (visueel dan). Mijn gehele dag was verpest en ik heb meteen gezondigd: andere winkels bezocht voor een agenda, voor het eerst in jaren dus. Ik begreep ook meteen weer waarom ik dat al die tijd niet had gedaan: niets kwam in de buurt. Geen leren kaft, te dun, te dik, ringen.. fucking ringen door de pagina’s. 
Een ware ontzetting. Uiteindelijk heb ik lang thuis gezeten, bedacht wat ik kon doen tegen deze teleurstelling, en toen een hele doos Festini peer ijsjes opgegeten. (Oké niet de hele doos, maar zo voelde het wel).

De volgende dag kocht ik de agenda. Ik voelde mij vies. Had toegegeven aan jullie stomme fout met die grote cijfers. En nu zit ik er mee. Hij ligt hier op mijn bureau en ik weet nog steeds niet waar het mis is gegaan.

Tijd voor de laatste meta-opmerking én de smeekbede:
Lieve allerliefste mensjes van de HEMA. Is er ergens in de kosmos nog één manier om de agenda die ik altijd kocht (14500165 agenda zwart – de dikke versie) te krijgen zonder de opzichtige grote cijfers 13/14? Bestaat er ergens een prototype waar deze cijfers niet op gekomen zijn? Een grote doos in de fabriek met ‘mislukte’ agenda’s? Zou het kunnen? En mag ik die dan?
En zo niet: willen jullie mij dan plechtig beloven volgend jaar de cijfertjes op de voorkant van de agenda elegant klein te houden? Dan beloof ik geen semi-autistische brieven te schrijven over mijn ultieme verontwaardiging. 

In hoop op een liefdevol antwoord.

Veel liefs,
Cesar Majorana
Dordrecht.

Vandaag kreeg ik antwoord:

Geachte heer Majorana,Hartelijk dank voor uw mooie e-mail. Het deed ons goed om uit uw uitgebreide verhaal op te maken dat u zulke fijne herinneringen heeft aan uw agenda.Het deed ons dan ook verdriet om te lezen dat u nu geen fijne agenda heeft. Nu is het zo dat wij geen andere uitvoeringen van de agenda hebben. Ook niet in een centrale opslag.Het beste dat wij u kunnen beloven is dat wij uw suggestie doorgeven aan de inkopers van de agenda. Hopelijk houden ze bij het ontwerp en de inkoop rekening met uw smaak.Tot die tijd adviseren wij u om de agenda niet te lang uw humeur te laten bepalen. Daar is het leven te mooi en te kort voor. Wellicht is het een idee om een sticker van bijvoorbeeld een zon op de getallen te plakken.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

HEMA Consumentenservice

 
1 reactie

Geplaatst door op juli 23, 2013 in Blogs

 

The Death of Nature

Update: Ik ga naar Odense (Denemarken) om ons land te vertegenwoordigen op de internationale filosofie olympiade. Damn right!

Deze essay leverde mij een 4e plaats, eervolle vermelding en veel lof op na de filosofie olympiade bij het isvw. Als enige 4 havo leerling -en tevens een van de jongste als 16 jarige- ben ik erg te spreken over dit essay. Hierin verklaar ik de natuur als dood en analyseer ik het nut van natuurinterpretatie en geef ik een oplossing op onze ecologische conflicten met de natuur.

The Death of Nature.

“Nature consists of the elements given by the senses. Primitive man first takes out of them certain complexes of these elements that present themselves with a certain stability and are most important to him. The first and oldest words are names for ´things´. (…) The sensations are no ‘symbols of things‘. On the contrary the ‘thing‘ is a mental symbol for a sensation-complex of relative stability. Not the things, the bodies, but colours, pressures, times (what we usually call sensations) are the true elements of the world.”
Ersnt Mach, Die Mechanik in ihrer Entwickelung, Chapter 4, §4 (1883)

First of all. I disagree with the above citation. This essay hopefully can shed light on the problem of an interpretation of nature. As it is, I claim, the true danger for nature.

Modern society is disgustingly strong tied with nature. This dependence brings forth a sense of trust in nature. In today’s reality nature seems like an old passionate friend of ours. We treat it wrong, we beat it up, but always we seem to keep in touch with it by compensating this form of capitalist destruction (we need nature in order to build everything around us) by creation or conservation of more nature we can later abuse. We feel safe surrounded by nature, the fact that to us nature is an endless force makes it feel safe to interconnect our lives with it. This is completely wrong.

Nature is perhaps –instead of an old friend- our modern enemy, nevertheless we do not feel the necessity to realise such thing as the objective reality it truly is. Slavoj Žižek has presented a strong example of this danger in the use of oil: See for yourself, look around, see this room – do you know what it consist of? Do you know what most of our society consists of? Oil. Oil is derived from nature, but do you have any idea what form of horrible things must have happened to compose oil? Today’s oil is the product of a massive catastrophe. All things in nature that once existed are the very core of current oil. A complete world destroyed is the oil we use today. Oil is derived from the death of millions of animals, plants, and thus nature itself. Nature was our martyr before we were even around to exploit it as such.
With the knowledge that nature as it is is a complete build up from a (meaningless) catastrophe I would like to refer to the citation above: Nature consists of the elements given by the senses. (…) [what we usually call sensations are the true elements of the world]. This part signifies my disagreement with the quote. What it tries to say is that nature it the true real and our sensations are the interpretation of that and thus our reality. Here I can clearly see Lacans notion of the real and the symbolic real. Again the real (nature) is signified as everything we perceive but without our perception, the nature we see is not true nature but nature as perceived by our sense. The real therefore is nature but without any meaning we give it by signifying it with our sensations. The symbolic in this citation is yet defined by the sensations of the signifier of the real – man/we.

When Mach asks us to see nature as a representation of our own senses in a meaningful way he presents nature as something that must have meaning, something we need to interpret for it to truthfully exist. If we don’t give meaning to nature we can hardly give any meaning to ourselves (we very much depend on nature to exist, so if such an essential part of our lives can not be given meaning it becomes even harder for us to be given any). Here I see the factual embodiment of the human need to understand reality (I’d rather not be too Nietzschian about this, but in short it can be said that man feels a need to find objective meaning). An example of another, conceivably more clear, interpretation of nature is always seen in religion. After every big catastrophe (volcano eruption, hurricane, tornado and so on) mainstream media always shows us religious leaders and followers telling us the same thing: this punishment comes from our god because we somehow deserved this. The sinners have placed us under this spell of catastrophes. What they fail to realise is that they simply try to assign meaning to nature, alike the above quote. This act of signifying nature is only useful for ourselves, but in no way can it be the true essence of nature because we simply interpret it to be so.

I want to ask: why interpret nature? Why can mankind not accept Nature as something that is an –perhaps horrible- unstoppable force we must live with. We must not build a relationship with nature out of harmony or out of compassion but out of fear, the fear for the unknown is the only right approach towards nature for it has no meaning. And it can be given none without being dogmatic or euphoric. Nature is meaningless in the same way that death is (I again feel a strong Nietschian approach here).

If we accept the symbolic death of nature (discarding Machs buoyant furthermore erroneous notion of nature as our sensual interpretation of reality) perhaps comes another perspective; the true way to save nature. If we want to ´save´ nature (in the biological sense of saving the forest and the threatened animals and so on) we must simply let it function by itself. Let’s accept the fact that we form no part of today’s nature, we evolved to far away from to even try to. Today’s connection with nature is a simple formal abusive one, see the analogy of ´the friend´ above. If we let go of this connection science can perhaps find us an alternative to nature. Possibly we can then rightfully save nature by simply letting it function in its meaningless form without any human interaction nor interpretation. Only then can nature complete its only accurate meaning: the fact that it exist (which is true meaninglessness).
One can argue against this radical Zizekian approach of abandoning nature by stating that we are part of nature (perhaps pointing to Darwinism as an argument). I agree that on a biological level we rightfully are a functioning part of nature. But then we must realise that by having a rational consciousness we are functioning independent from nature and its unstoppable force; we have no meaning in the context of nature like spiders that eat up death leaves. In a way we have become our own unstoppable force. If we are in fact part of nature we are its bastard child. The unwanted and left alone child that must finally realize that its stepfather wants to be left alone to die or exist without being interpret or abused.

-Cesar Majorana – 4HAVO
(Excuse the abuse of the ´ character as an high comma or quotation mark, my keyboard is having some sort of existential crisis and refuses to fetch me the right characters at times)

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op februari 16, 2013 in Blogs